ruimtelijk,  textiel

Experimenteren met vullingen

Mijn go-to vulling is schuimrubber. Ik hak, knip en snijd stukken in de vorm die ik wil en pak die in met stof. Voor mijn scriptie schrijf ik een stuk over het werk van Barry Flanagan. Hij vulde zijn canvas vormen met gips en zand. Kijkend naar zijn werk zie ik dat ze heel andere resultaten geven. Daar waar gips hard wordt en de vorm bevriest, blijft zand bewegelijk en veranderlijk. Interessant! Wat zou ik met andere vullingen kunnen doen?

Op de naaimachine maak ik verschillende vormen die ik vul met verschillende materialen. Ik kies voor een kegelvorm, die ik al eerder heb gebruikt. Achteraf blijkt dit niet echt een handig idee: het vullen met gips ging erg onhandig. Ik moest een hele constructie bouwen om de vorm hangend te laten drogen… Ook bleek het niet zo handig dat ik verschillende soorten stof gebruik. Het lijkt me interessant om te zien wat de verschillende stoffen doen, maar het maakt vergelijken ook lastiger.

Op de foto hierboven zie je alle verschillende kegels met verschillende vullingen. Van links naar rechts: rekbare stof (tricot) met zand (1), katoen met zand én een stokje (2), velours met zand (3), ribstof met een vulling van stofresten (4), tricot met kussenvulling (5), voeringstof met schuimrubber (6), velours met gips (7), tricot met gips (8). Het schuimrubber (6) valt het meeste op. Hier heb ik eerst het blok in een kegelvorm geknipt en daar met de hand stof omheen genaaid. De vorm is een beetje wonky en onhandig. De op de naaimachine gemaakte vormen zijn wat saaier.

De vormen (1, 2 en 3) die ik met zand gevuld heb, zakken een beetje (of erg veel) in, zeker als de stof mee geeft (1). Er ontstaan horizontale kleine rimpelingen in de stof. Het doet me aan het strand denken en het effect dat de wind. Deze vormen veranderen ook makkelijk. Als ik er in knijp, kan ik de vorm veranderen. Achter mijn rug om, verandert de vorm nog verder, tot het zand een nieuw evenwicht heeft gevonden. Ik vind dit een fascinerend effect van zand. Hoe dikker de stof, hoe minder bewegelijk de vorm wordt.

De kussenvulling (4) vind het iets te weinig substantie hebben. De vorm is als een soort wolkje, een suikerspin en ik kan hem moeilijk ergens op een plek houden. Dan moet ik hem ergens aan vastmaken of laten ondersteunen. Gevuld met stofresten is de vorm een stuk steviger. Hij kan los staan en toont eigenlijk verrassend veel overeenkomsten met de vulling van gips (7) en de zandvulling in velours (3). Ze staan allemaal stevig en stralen zwaarte uit.

Als ik naar die kegels kijk, dan krijg ik een heleboel nieuwe ideeën. Wat als ik vormen met verschillende vullingen aan elkaar maak: wat gaat dat met mijn eindvorm doen? Een zachter blok, zal zich om een harder blok heen gaan vormen. Dat lijkt me wel weer een heel andere boodschap kunnen geven. En zou ik ook één vorm kunnen maken, die gevuld is met twee verschillende vullingen? Zou hij daardoor een bepaalde kant op overhellen?

Ik weet alleen nog niet hoe dan. De kegelvorm vind ik niet zo spannend. Ik zou het leuker vinden als de vormen wat onvoorspelbaarder zijn. Ik wil op zoek naar een meer intuïtieve manier van vormen naaien waarbij de uitkomst minder voorspelbaar is. En misschien zijn er nog wel meer vullingen te bedenken (zoals rijst of bonen) en misschien kan ik ook bestaande voorwerpen inpakken met stof. Dit onderzoek heeft me dus weer een heleboel nieuwe aanknopingspunten gegeven om mee verder te gaan.

Leave a Reply

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *