Wie ben ik?

schrijver – middelmatige gitaarspeler – veellezer – cat lover – theedrinker – optimistisch – moeder van twee dochters – verzamelaar

Als kind vond ik tekenen leuk. Bij ons thuis werd er veel gemaakt. Mijn vader hield van tekenen, zeefdrukken, zelf kasten in elkaar maken en mijn moeder naaide onze kleren zelf. Maar toen ik besloot om kunstgeschiedenis te gaan studeren, werd ik overweldigd door de grote hoeveelheid kunst die er al bestaat op de wereld. Ik besloot dat ik beter als beschouwer en bewonderaar verder kon gaan dan als maker.

Achteraf denk ik dat ik bang was. Bang voor alle veranderingen, bang voor het ‘echte’ leven. Ik las liever en ik keek liever op een afstandje naar die vreemde wereld, zodat ik minder risico’s liep.

Met de komst van mijn twee kinderen begon dat te veranderen. Dat doen kinderen, ze dwingen je in het hier en nu te leven. En na te denken over wat je nu werkelijk belangrijk vind in het leven. Ik begon te schrijven. Over kunst en cultuur. Ik begon samen met een vriendin tentoonstellingen te maken. Over Maria, over de invloed van het elektrisch licht in de schilderkunst, over Hynckes en Agatha Zethraeus.

Meer durf
Een paar jaar geleden, voelde ik steeds meer de noodzaak om iets vanuit mezelf te maken. Ik begon met het schrijven van een roman. Een fantastisch, leerzaam, frustrerend en langdurig proces. Ik begon weer te tekenen. Eerst kleine plaatjes bij mijn handlettering, toen steeds groter en meer. En ik nu verdeel ik mijn dagen eerlijk tussen schrijven en tekenen. Sinds 2018 heb ik les in tekenen en schilderen bij ons in Zeist.

Misschien word ik wel nooit zo goed als Rembrandt, Picasso of Monet, maar dat geeft niet. Tekenen leert me veel over mezelf: valkuilen uit mijn dagelijks leven kom ik op papier ook tegen. Keuzes maken, van jezelf verwachten alles in één keer goed te doen, durven doen. Door op papier te oefenen met deze valkuilen, worden ze in het ‘echte’ leven ook makkelijker te tackelen. Tekenen geeft zelfinzicht, voldoening en nieuwe vrienden.