NAU,  ruimtelijk,  textiel

Hoe gaat het met mijn 3D werk? part III

Nu ik net weer een werkbespreking heb gehad, leek het me wel weer een goed moment om weer even wat aandacht aan mijn vorderingen op 3D vlak te besteden. En als ik even door mijn blogs heen blader, zie ik dat mijn vorige blog daarover uit oktober 2025 is. En dat voelt eeuwen geleden!

Ik maak nog steeds blokken van schuimrubber, die ik inpak met stof. Die stoffen vind ik meestal bij de kringloop, maar soms koop ik ook iets nieuw als ik naar een speciale kleur op zoek ben. Ik heb een voorkeur voor een beetje ouderwetse, nostalgische (interieur) stoffen die je doen denken aan vroeger. Soms meer de jaren zeventig of tachtig, soms juist nog veel ouderwetser.  

Eigenlijk ben ik nog steeds aan het doorbouwen op wat ik schreef in mijn vorige blog over mijn 3D werk. Daarin had ik het over hoe cool het was om twee schuimrubber blokken samen te brengen en te zien hoe die een relatie met elkaar aangaan. De manier waarop ik ze met elkaar verbind is daarbij een belangrijke factor. Die heeft namelijk een effect op hoe de blokken zich vormen. In dat blog gebruik ik een rits om de twee blokken te verbinden en daar heb ik heel wat variaties op gevonden.

Ondertussen heb ik een hele fournituren bak tot mijn beschikking, spaar ik bijzondere (grote) knopen, ritsen, haakjes, gordijnbevestigingen en klittenband. Zowel in kleding als bij gordijnen en meubels zijn er heel wat verschillende verbindingen te vinden, waar ik helemaal op los kan gaan. En wat ook goed werkt is om hele voorwerpen te gebruiken: tassen en kachelpijpen kunnen ook een verbinding vormen.

Waar ik nog niet zo’n grip op heb (en misschien hoort dat gewoon ook zo te zijn) is het proces. Ik begin meestal bij een ideetje. Een nieuwsgierigheid naar een ‘wat als’. Wat als ik probeer een blok in te pakken met deze twee net te kleine lapjes? Wat als ik touw met stof inpak, wat gaat me dat opleveren? Zou ik een kachelpijp ook als verbinder kunnen gebruiken?

Ik vlieg het proces steeds van verschillende kanten aan. En het lijken allemaal flarden. Ik snijd blokken uit schuimrubber. Die vormen haal ik dan uit tekeningen die ik zelf gemaakt heb. Maar ik weet dan nog niet wat ik met die blokken ga doen. Ik vind mooie combinaties stof, maar dan weet ik nog niet om welk blok ik dat ga doen. Het gevolg is dat mijn atelier vol ligt met elementen, waarvan ik dan (nog) niet weet waar het naartoe gaat.

Op de werkbespreking krijg ik steeds het advies om groter te gaan werken. Dat betekent dus grotere blokken naaien (wat ik met de hand doe) en dan maar afwachten of en hoe ik het kan gebruiken. Ik heb de afgelopen maanden veel naaiwerk gehad aan twee grote blokken, waarbij één blok eigenlijk wat tegen viel toen het af was en het andere nog staat te wachten op een plekje…  

Het blok dat ik met het tasje heb gecombineerd stond ook al een paar maanden op mijn atelier, voordat het zijn plek vond. En de twee gele blokjes in het gele werk? Die lagen er al bijna een jaar (toen wilde ik een hele muur vol gele blokken maken). Het hele proces kost gewoon tijd. Ik moet er dus vertrouwen in hebben dat mettertijd ik voor die twee grote blokken zal weten wat ik ermee ga doen. En misschien duurt dat nog maanden. Dat weet ik niet. En dat moet ik dus niet willen forceren. Vertrouw op het proces 😉

Een docent zei ook tegen mij dat het juist goed is als een idee waarmee je begint, uiteindelijk vaak (of altijd) tot iets anders leidt. Dat dat erbij hoort. Maar een deel van mij wil nog steeds meer grip, meer duidelijkheid. Er zit nog steeds ook angst dat het deze keer dan niet zal lukken. Dat er straks niets is als er weer een werkbespreking is. Misschien hoort dat ook gewoon bij het proces?

Zie ook Hoe is het met mijn 3D werk Part I en Part II

Leave a Reply

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *