aquarel,  kleur,  mind

Mijn drie grootste problemen met aquarel

Toen ik een paar jaar geleden een keer een bucketlist schreef, was een van de eerste dingen die ik erop zette: leren aquarelleren. De techniek spreekt mij enorm aan. De kleurovergangen, de transparantie, het spontane. Gevolg is dat ik ondertussen al een paar jaar aan het ploeteren ben met die techniek, waarbij ik af en toe wel kan gillen van frustratie.

Misschien ken je het spreekwoord ‘alles waar te voor staat is niet goed’ van vroeger? Mijn oma zei dat altijd, maar ze voegde er dan aan toe: ‘behalve tehuis en tevreden.’ Mijn aquarelproblemen komen eigenlijk op neer drie Te’s.

Te veel water

Als ik verf aanmaak, doe ik er altijd te veel water in. Daardoor wordt de kleur die ik maak erg licht. Ik vergeet ook vaak mijn penseel af te vegen nadat ik hem heb afgespoeld of nadat ik ermee over nat papier heb geschilderd. Daardoor wordt mijn verf alsmaar wateriger! Dan moet ik er veel lagen overheen zetten om een beetje kleur te krijgen. Hierdoor wordt de kleur steeds minder transparant en wordt het wat stijver.

Dit doet me denken aan hoe ik kook. Als ik ergens kruiden in moet doen, heb ik mezelf aangeleerd om er meer in te doen dan ik denk dat lekker is. Want uit mezelf ben ik te voorzichtig met het toevoegen van peper en zout. Misschien moet ik de pigmenten proberen te zien als de kruiden in mijn soep.

Te voorzichtig

Dat brengt me vanzelf tot de tweede ‘te’: te voorzichtig. Aquarel kun je niet goed corrigeren. Als je ergens meer op gaat poetsen of prutsen, dan kun je dat vaak aan het eindresultaat zien. Het voelt alsof de eerste streek bij aquarel belangrijker is dan bij verschillende andere technieken. Als gevolg begin ik vaak licht en heb ik moeite met het loslaten van het materiaal. Bang om het verkeerde te doen.

Ik zeg dan wel steeds bij mezelf: je kunt het nog een keer proberen, maak er gewoon tien als het nodig is. Geeft niets. Soms lukt dat, soms wat minder. Maar ik voel nog steeds spanning voordat ik begin.

Te veel corrigeren

Als ik dan bezig ben zie ik van alles gebeuren en dan schiet ik de hele tijd in de ‘correctiemodus’. Verf kiest een ander pad dan ik had gedacht, de kleur is anders, er ontstaan strepen en bloemkolen en wat al niet meer. Ik ben er alweer met mijn penseel doorheen gegaan, voordat ik er goed over nagedacht heb. Hierdoor wordt de transparantie minder en komt er weer water in de verf met vreemde bloemkolen als gevolg (waar ik dan weer aan probeer te prutsen). Ik heb ook een vreemde angst voor harde lijnen in aquarel. Zodra die ergens komen, ga ik er water tegenaan zetten en dat gaat eigenlijk nooit goed…

Als ik alles direct probeer bij te sturen, krijg je NOOIT dat spontane wat ik zoek. Aquarelleren is een kwestie van loslaten. Van de dingen laten gebeuren. Je kunt niet alles controleren en dat moet je ook niet willen. Juist waar je het materiaal meer zijn gang laat gaan ontstaan de mooiste werken.

Nu ik dit zo onder elkaar zet, denk ik dat ik begrijp waarom juist aquarel me tegelijk aantrek en frustreert. Wat ik zoek: spontaniteit, transparantie en durf: dat raakt de persoonlijke ontwikkeling waarmee ik bezig ben. Ik probeer minder bang te zijn, transparanter te zijn, mezelf meer vrij te laten. Dat kan ik het dus goed oefenen in aquarel, maar verklaart ook waarom het nog zo vaak mislukt.

2 Comments

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.