collage,  inspiratie,  kunstgeschiedenis

Een korte (voor)geschiedenis van de collage

In mijn blog over mijn workshop surrealistische collages maken schrijf ik hoe Picasso en Gris als eerste kunstenaars collage elementen in hun kunst introduceerden. De geschiedenis van collage begint vaak bij deze twee heren. En misschien waren zij wel ongeveer de eerste die collage in de ‘officiële’ kunst introduceerde, MAAR het hele concept is al veel ouder!

Sinds ik die workshop gaf én we bij schilderen het samenvoegen van beelden op één schilderij behandelden ben ik gefascineerd door collage. Collage voelt voor mij als een speeltuin. Heel grappig, want ik schijn vorig jaar nog gezegd te hebben dat ‘collage echt niets voor mij is.’ Ik verwijt het de NAU. In plaats van meer gefocust te zijn op één manier van uiten, leggen ze een steeds grotere wereld van mogelijkheden voor me bloot.

Natuurlijk ging ik ook op zoek naar meer achtergrond en zo las ik me de afgelopen weken door het boek Collage: cut and paste – 400 years of collage heen. Het is een catalogus die verschenen is bij een tentoonstelling in de National Galleries of Scotland, Edinburgh in 2019. Hier waren voorbeelden te zien van collages die al vierhonderd jaar oud zijn. Veel en veel ouder dus dan die werken van Picasso en Gris.

Het woord Collage komt van het Franse werkwoord coller wat plakken betekent. Het is al in de negentiende eeuw in woordenboeken te vinden, alleen verwijst het dan naar het opplakken van behang of posters. Maar dat neemt niet weg dat sinds er papier en lijm bestaat, mensen papier met lijm ergens opgeplakt hebben. En dat kun je eigenlijk allemaal zien als voorlopers van die collage waar Picasso zo goed mee gescoord heeft (volgens dit boek).

In de catalogus worden allerlei manieren waarop mensen door de eeuwen heen papier gelijmd hebben beschreven. Al in de Renaissance beplakte ze miniatuurtjes met papier om de personen die afgebeeld waren te veranderen en kregen sommige gravures van het menselijk lichaam een flapje om in de buik onder de huid te kunnen kijken. Is het collage? Ik vind het een beetje discutabel.

Maar zo rond 1700 zie je dat geknipte platte materialen die op een plat vlak worden geplakt. Dit knipwerk werd een rage onder de dames van stand. Er is een citaat bewaard waarin ene madame Aissé opmerkte: ‘We are here in the height of a new passion for cutting up coloured engravings… Every lady, great and small, is cutting away.’ Deze knipsels werden bewerkt tot boekjes, vellen, panelen en schermen. Er was zelfs een dame die haar exemplaar van Bird of America van Audubon verknipte en de vogels aan haar behang toevoegde.

play and experiment

Al deze plakactiviteiten vallen onder:  ‘the notion of play and experiment: of manipulating, swapping, lifting and testing, by taking two images and creating a third through overlapping and juxtaposition.’ Dat is basically wat ik nu nog steeds herken en waardeer aan collage. Deze knip en plak werken werden indertijd alleen niet als kunst gezien maar als hobby, bijna allemaal gemaakt door (vrouwelijke) amateurs.

Soms waarderen we die werken ondertussen trouwens wel. Dat is bijvoorbeeld het geval met de botanische collages van Mary Delany (1700-1788). Zij was een bekwaam borduurster, die toen ze al in de zeventig was, begon met knipwerk. Ze bouwde bloemen uit honderden snippers papier, sommige niet veel groter dan een vingernagel. Er zitten ook stukjes van echte bloemblaadjes in verwerkt. Haar werk is nu te zien in het British Museum en inspireerde de Ierse ontwerpster Sybil Connolly tot een serie die bij Tiffany & Co is uitgevoerd.

Als in de loop van de negentiende eeuw reproductie processen verbeteren en papier goedkoper wordt, gaan hele volksstammen knippen en plakken. Je kon zelfs boekjes kopen die gevuld waren met plaatjes, speciaal bedoeld om uit te knippen en weer op te plakken. Overal zaten nette meisjes te knippen en te plakken. De uitvinding van de fotografie, en de verspreiding daarvan zorgde voor nog meer input.

Maar pas toen mannelijke kunstenaars als Picasso en Gris de techniek in hun werk gingen toepassen, kreeg de collage een plekje in de toolbox van de kunstenaar. Na de Eerste Wereldoorlog gebruiken kunstenaars, die je tot Dada en Surrealisme kunt rekenen, collage veelvuldig. Ze waren op zoek naar nieuwe manieren om kunst te maken en hun eigen verhaal of wereld te kunnen tonen. Het oude leek door die verschrikkelijke oorlog niet meer relevant. Daarna is de collage niet meer weg te denken.

parallellen met textiel

Toen ik dit zo las moest ik wel aan textiele kunst denken: hoe die ook lange tijd niet serieus genomen is omdat het voornamelijk door vrouwen en amateurs gedaan werd. Patchwork lijkt zelfs op collage (maar dan met stof). In het boek staat zelfs een quilt gemaakt van zijde sigarenbandjes. Deze parallellen tussen het componeren met stukken stof en papier vind ik super interessant.

Een andere cross-over vond ik in het boek bij Annegret Soltau (1946). Haar werk vind ik fantastisch. Ze maakte fotomontages gebaseerd op haar zwangerschap. Gescheurd en aan elkaar genaaid met grove steken toont ze hoe je je soms een vreemde in je eigen lijf kunt voelen. Verderop staat ook een fotomontage uit een andere serie. Daarin kruist ze een mens met een dier. Ook weer genaaid in plaats van geplakt. Hoe je iets verbindt, maakt uit (een goede les van Guda vorig jaar).

Ik heb nog een boek liggen dat gaat alleen over vrouwelijke kunstenaars die met collage werken. Die ga ik nu lezen!

4 Comments

  • Charlotte

    En dan te bedenken, dat Audubons Birds of America nu het duurste boek ter wereld is. In 2018 nog geveild voor pakweg 10 miljoen dollar…

  • Yves-Armand de Vresse

    Je citeert Picasso en Gris als bedenkers van de eerste ‘moderne’ kunstcollages, begin 20ste eeuw. Je ziet George Braque hierbij over het hoofd, die reeds vóór zijn vriend Picasso hiermee bezig was, geïnspireerd door het zien van een rol behang in een etalage. Hij zag hierbij de mogelijkheid om een stukje realiteit te integreren in zijn werk. Tijdens een gezamenlijke vakantie in 1908 of 1909 experimenteerden beide bevriende kunstenaars met de techniek van het plakken van papier op tekeningen of schilderijen. Braque was dus eerst, maar Picasso, met zijn gebruikelijke branie (“Moi, je ne cherche pas, je trouve!”) claimde het vaderschap van de vondst. Dat leidde tot een jarenlange verkoeling van de relatie tussen Braque en Picasso. Een beetje zielig, als men weet dat de artistieke collage al bestond in het tiende-eeuwse China, waar caligrafen gepenseelde gedichten versierden met opgekleefde illustraties. Sommige Vlaamse primitieven, van hun kant, kleefden dunne metaalfolies onder de gezichten van sommige afgebeelde personages, wat hen toeliet precieser en fijner te schilderen dan op hout of doek, want zonder oneffenheden. Die techniek haalden ze uit Constantinopel, waar die al toegepast in de iconenschilderkunst. Ook Albrecht Dürer, realiseerde een reeks gigantische collages (zowat drie op vier meter) in opdracht van Maximiliaan I. Her bestond uit een tweehonderdtal houtsnedes gedrukt op papiervellen die dan op doek werden gekleefd, om een ‘Triomfpoort van Maximiliaan’ te vormen. De uitgevoerde exemplaren waren bestemd voor de ‘Keurvorsten’ en andere hoogwaardigheidsbekleders (bisschoppen, abten e.d. die stemrecht hadden bij de verkiezing van de Keizer van het Heilige Roomse Rijk. Van de tientallen verdeelde ‘Triomfpoorten’ (een soort politieke propagandastunt) zijn slechts een drietal bewaard gebleven…

Leave a Reply

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *