compositie,  doen,  landschap,  mind,  olieverf

Omgekeerd proces = geen succes

Afgelopen weekend heb ik zitten struggelen met een schilderij. Niet normaal. Na een paar uur verf smeren moet ik bekennen dat dit helemaal niet gaat zoals ik wil. De kleuren spreken me niet aan, de compositie en de manier waarop ik – vrij schools – de verf in de verschillende vlakken heb gesmeerd komt me heel saai en oninteressant over. Kleuterschoolniveau. Frustratie alom. Waar gaat het mis?

De foto die ik als uitgangspunt heb genomen ziet er heel gemakkelijk uit. Je ziet heel veel lucht en dan een paar stroken Frans landschap, waarin – in de verte – twee eenzame figuurtjes lopen. Je krijg het gevoel van een warme vakantiedag, van de weidsheid van het Franse platteland, van eindeloos langs korenvelden lopen en weinig anders zien dan dat. Van hoe rustgevend dat op je brein kan werken, waardoor je in een soort zen staat komt. Stap na stap loop je verder, van niets naar nergens en je bent gewoon. Niet meer dan dat.

Ik dacht. Dat plaatje is zo makkelijk. Dat is gewoon een veeg die kant op en dan daarvoor die scheve lijnen met een beetje een bochtje en kleine kleurverschillen tussen uitgedroogd gras en omgeploegd korenveld. En als ik dan de horizon een beetje laat zakken, zodat het niet in het midden zit, zoals bij de foto, dan accentueer ik die weidsheid en wordt het vanzelf goed. ‘Als ik maar blijf schilderen.’

Maar zo werkte het dus niet. Ik heb een hele ochtend verf op het grote doek staan smeren, maar moet even een pas op te plaats maken. Ik mopper een tijdje op die stomme verf die niet doet wat ik wil, en die rotkleuren die niet mengen tot de kleuren die ik mooi vind en waarom heb ik de achtergrond zo’n onhandige overal doorheen schijnende roestbruin geschilderd?

Na een uurtje kalmerend Tour de France kijken, besef ik dat ik een deel van het proces heb overgeslagen. Uit enthousiasme? Uit hoogmoed? Uit haast? Ik heb van de te voren geen schetsen gemaakt, niet nagedacht over de toonwaarden, niet nagedacht over de sfeer die de kleuren moeten uitstralen. Hoe kan ik er dan vanuit gaan dat het allemaal plotseling wel bij elkaar komt op een doek, dat nota bene groter is dan iets dat ik ooit eerder heb geschilderd?

Ik moet een stapje terug. De foto mag dan wel simpel lijken, maar het gevoel dat ik erbij krijg is niet eenduidig. Ik schilder en teken een landschap vaak meerdere keren en dan voel ik me steeds meer dat landschap inkruipen. Ik maak het me dan meer eigen. Die bergen van de Cairncorns, met die stenen op de voorgrond kan ik ondertussen in mijn dromen nog tekenen. Dat geeft meer ruimte om te experimenteren en los te gaan.

Dat ik zo’n groot doek zonder plan, schets of toonwaarde studie ben gaan schilderen blijkt geen goed idee. Ik moet een stapje terug. Begin bij het begin, niet ergens halverwege, lijkt me een goed advies voor mezelf.

One Comment

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.