doen,  landschap,  life

Zelfde genen, zelfde hobby, ander resultaat

Mijn vader en ik vinden het allebei leuk om buiten te tekenen. Dat een keertje samen doen, leek me een goed idee. Hem ook 😉 Gisteren was het zo ver. Ergens tussen Voorst en Klarenbeek vonden we aan de Verloren Beek een mooi plekje. Met zon, water, bomen, ontluikend groen en een boerderijtje. Lekker allebei aan de slag!

Ik begin met het element waar mijn oog het meest naar getrokken word. Ik bedenk hoe groot ik dat ongeveer wil tekenen en bepaal waar op mijn papier ik dat hebben wil. Alles wat ik daarna teken relateer ik aan dit eerste element. Nu is dat een boerderij die achter een aantal bomen verscholen staat.

Je ziet stukjes van het huis tussen de bomen. Dat geeft een sprookjesachtige sfeer: een soort huisje van Hans en Grietje maar dan aan een weiland. Volg je me nog? Ik ben bezig met de schuine lijnen van het dak en hoe die achter de stammen doorlopen, zonder dat je dat goed kan zien. Naast het huis komt een stuk van het weiland, met struiken en stammen.

Halverwege verruil ik mijn potlood voor mijn penseel. Al die verschillende kleuren groen, van heel licht, bijna geel tot donkerder dennengroen, doe ik met aquarel. Ik verlies me een beetje in de kleuren. Zoals gewoonlijk loopt mijn tekening loopt aan alle kanten van het papier af. Je zit er als kijker dicht op. Van de bomen zie je de toppen niet, van het weiland zie je maar een stukje. Uiteindelijk komt die Verloren Beek er bijna niet op.

Naast mij werkt mijn vader rustig verder aan zijn variant van het huisje aan de Verloren Beek. En na een dik uur tekenen zijn we allebei klaar. We leggen we de twee tekeningen naast elkaar.

Twee totaal verschillende tekeningen: de één in kleur, de ander in zwart-wit. De één veel meer ingezoomd dan de ander. De één met meer dieptewerking dan de ander. Zo grappig om te zien dat mijn vader een totaal andere aanpak heeft dan ik.

Als techneut stopt hij meer tijd in de voorbereiding dan ik. Waar is de horizon en waar zitten de verdwijnpunten? Dan bepaalt hij wat het grootste element op de tekening is. Dat meet hij met zijn potlood. Daarna kiest hij hoe groot dat op de schaal van de tekening zal worden. Dat tekent hij af op een los blaadje waarmee hij alles afmeet.

De belangrijke elementen tekent hij eerst schematisch met bollen, ovalen en rechthoeken. Ik lees dat altijd in boekjes, maar doe het zelf nooit! Als hij dan de elementen heeft geplaatst, gaat hij ze verder uitwerken met potlood. Tot slot voegt hij met pen nog meer details toe. Soms ook een beetje kleur, maar deze keer niet.

Ik zit bijna altijd dicht op mijn onderwerp. Aan de ene kant omdat ik dat interessant vind, maar ook omdat ik daar toch op de een of andere manier altijd op uitkom. Blijkbaar hoort dat bij me. Ik kan me voorstellen dat, als ik het een keer anders wil, het helpt om het op de manier van mijn vader aan te pakken. Ik ga het zeker een keertje uitproberen!

2 Comments

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.