aquarel,  compositie,  inspiratie,  landschap,  mind

Wanneer boeit een onderwerp me?

Vorige week volgden Erna en ik een tutorial waarbij we al spelende met de aquarelverf bloemen lieten ontstaan vanuit de vlekken die er op het papier waren verschenen. Volg wat je ziet en maar daar wat van. Ik heb een paar uur lekker zitten spelen met de verf. Als ik naar het resultaat kijk denk ik: leuk, maar het zegt me niets. Ik merk dat ik steeds vaker die reactie heb: waarom zou ik dit schilderen?  

Aquarel leent zich wel goed voor het maken van fantasielandschappen. Je laat de verf wat rond lopen, kijkt hoe het opdroogt en plaatst dan strategisch een boompje, wat gras of eventueel een huisje. Klaar is je landschap. Het ziet er soms ook best wel leuk uit. Maar net als deze bloemen, voelen ze niet als wat ik wil maken.

Ik vind wel de losheid en de spontaniteit van het materiaal gebruik prettig, maar het resultaat geeft me niet echt een kick. Blijkbaar wil ik meer dan alleen het materiaal volgen en zien wat er gebeurd. Het maakt me uit wat het onderwerp is dat ik schilder. Een fantasiebloem of een fantasielandschap boeit me minder dan een echte bloem of een bestaand landschap.

Ook willekeurige landschappen of bloemen van internet naschilderen kunnen me achteraf het gevoel geven: ja leuke oefening, maar meer is het niet. Soms boeit het me, bijvoorbeeld door de lijnen of door de licht en donker verdeling. Maar ik voel geen band met dit landschap, geen connectie. Blijkbaar is dat voor mij belangrijk: dat ik persoonlijk banden heb met het onderwerp

Bloemen die op mijn eigen tafel staan, gekregen van mijn moeder of gekocht ter ere van een bepaalde gebeurtenis, hebben meer betekenis. En daarmee krijgen ze een extra laag, die ik zoek in wat ik maak. Tijdens het schilderen denk ik niet alleen aan hoe ik het ga aanpakken – welke kleuren, welke tonen – maar ook aan die extra laag. Aan hoe het was toen ik die bloemen kreeg, hoe ik me voelde toen ik op een bepaalde plek was. En blijkbaar mis ik dat als dat er niet is.

Het liefst schilder ik plekken waar ik zelf geweest ben en waar herinneringen aan verbonden zitten. Tegelijkertijd hoeft het landschap dat ik schilder niet precies te lijken. Het oorspronkelijke landschap is een uitgangspunt. Meestal worden mijn schilderijen ook weer beter naar mate ik het landschap weer los laat om het naar mijn hand te zetten. Door dingen weg te laten, kleuren te veranderen, accenten te leggen, wordt het mijn versie.

Er zijn trouwens wel foto’s die niet van mij zijn, die me wel inspireren. Maar dit zijn meestal portretten, of situaties. Ik merk dat ik dan in mijn hoofd een eigen interpretatie heb van die foto, een idee bij wie de persoon is. Ik heb dan gelijk een verhaal in mijn hoofd. Of het zijn foto’s die passen bij iets waar ik mee bezig ben (geweest). Zo zag ik van Giacometti verschillende mooie zwart-wit foto’s waarbij ik gelijk dacht: die zou ik willen schilderen. Na het lezen van A Giacometti Portrait, is de man voor mij gaan leven en hebben zijn portretten die extra laag gekregen die ik zoek.

Grappig om voor mezelf zo steeds beter in beeld te hebben wat ik interessant vind om te schilderen en waar een beeld aan moet voldoen om langer mijn interesse vast te houden.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.