Geen categorie,  lezen,  mind

Definities van kunst: Morris Weitz (1956)

In een eerder blog beloofde ik jullie om me verder te verdiepen in wat Kunst nu eigenlijk is. Welke  verschillende definities er zijn en wat vind ik daar eigenlijk van? Ik gebruik daar het boek Definitions of Art van Stephen Davies voor, een relikwie uit mijn studietijd, waar ik nu meer van hoop te snappen dan dertig jaar geleden…

Het eerste hoofdstuk gaat over The Role of Theory in Aesthetics, dat Morris Weitz (1916-1981) schreef in 1956. Weitz werkte als filosofie professor aan verschillende Amerikaanse universiteiten en de laatste tien jaar van zijn leven aan de Brandeis University, ergens net buiten Boston. De foto die wiki van hem heeft, toont een beetje een doorsnee man met een vriendelijke blik in zijn ogen.

Weitz schrijft in zijn stuk dat kunst eenvoudig niet met één definitie te beschrijven is. Niet alleen alle pogingen in het verleden, maar ook alle pogingen na hem zullen mislukken: het is eenvoudig niet mogelijk om de essentie van kunst in een definitie te vangen omdat kunst geen essentie heeft. Er is geen eigenschap die voor ALLE kunst geldt, en daarom is het niet mogelijk om alle kunst onder één definitie te vangen.

Zelfs ‘artifactuality’ – een onmogelijk woord dat je nog het beste kunt vertalen met ‘gemaakt zijn’- blijkt geen noodzakelijke eigenschap voor kunst. Want als je bijvoorbeeld drijfhout als kunst in een museum zet, dan beschouwen we het als kunst, terwijl het niet de eigenschap ‘artifactuality’ heeft. Het bestaat immer al en wordt zonder ingrijpen door de kunstenaar getoond.

Eerdere pogingen om kunst te definiëren gaan volgens Weitz niet over beschrijvende elementen – dingen die je kunt waarnemen – maar over wat men graag ziet in ‘goede kunst’. Dat is (weer Weitz) niet veel meer dan een smaakkwestie en alles behalve objectief. Dus als Tolstoi schrijft dat kunst emotie is, dan noemt Weitz dat (heel erg anno nu) ‘ook maar een mening’ (mijn woorden).   

Om al die verschillende variaties kunst toch nog een beetje te kunnen bundelen, wijkt Weitz uit naar Wittgenstein. De grote Ludwig (oh nee, dat is Beethoven), introduceerde het begrip ‘familie’ voor groepen (dingen / woorden) die moeilijk onder één definitie passen. Denk aan ‘spellen’: dat begrip heeft zo’n grote verscheidenheid dat je het moeilijk op één manier kunt uitleggen.

Weitz ziet kunst als net zo’n begrip. Sommige kunstwerken hebben overeenkomsten met elkaar en met anderen geen enkel. Terwijl dat dan voor andere werken weer anders ligt. Maar door die verschillende verbanden horen ze toch allemaal tot dezelfde familie. Hij vindt dat je per object moet kijken of het wel of niet bij de familie hoort.    

De eerste keer dat ik dit las, dacht ik: ja, daar kan ik wel in meegaan. De uitingsvormen van kunst zijn zo enorm, hoe kun je dat in één definitie vangen? Als je alleen al kijkt naar wat er op dit moment in alle musea van Nederland te zien is onder de noemer ‘kunst’ dan is dat erg verschillend. En dan zijn er daarbuiten nog veel en veel meer kunstenaars, die allemaal nog veel meer verschillende dingen maken.

Toch voelt het ook wel een beetje te makkelijk, alsof Weitz niet eens geprobeerd heeft om een poging te doen om te zoeken naar iets gemeenschappelijks. De grens tussen wat kunst is en wat niet is heel fluïde, maar of dat dan DUS betekent dat er geen definitie mogelijk is? En waarom zou dat wat kunst definieert iets moeten zijn dat objectief of zichtbaar is?

Er kwam veel kritiek op dit essay. Zo zou je bijvoorbeeld kunnen stellen dat drijfhout een artifact wordt op het moment dat het in een museum tentoongesteld wordt, en daarmee dus ook artifactuality bezit. En hoe werkt het andersom? De urinoir van Duchamps is een kunstwerk, dus ALLE urinoirs zijn kunst (want die zijn allemaal familie van die van Duchamps). Voor je het weet is ALLES in de wereld kunst. Dat vind ik ook valide opmerkingen.

Naar aanleiding van het werk van Weitz gingen veel meer filosofen zich weer met de definitie van kunst bezig houden. Ze gingen nieuwe ideeën ontwikkelen én al bestaande verder uitwerken. Na The Role of Theory in Aesthetics werd er niet alleen meer naar de esthetische eigenschappen van kunst gekeken, maar naar het bredere plaatje. Ze kwam ook aandacht voor de historische en sociale context waarin kunst gemaakt, tentoongesteld, begrepen en geïnterpreteerd werd. En dat is de verdienste van Weitz.

Tot wat voor definities dat heeft geleid, dat weet ik nog niet. Daarvoor moet ik nu eerst weer verder met het volgende hoofdstuk…

Leave a Reply

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *