Mijn ‘mini’ project of: hoe ver durf ik te gaan?
Nu ik ‘vakantie’ heb, dacht ik dat het wel een goed idee zou zijn om een aantal kleine textiele werkjes te maken, waarin ik een aantal dingen zou kunnen uitproberen. Maximaal zo’n 10 bij 15 centimeter, minimaal drie lagen stof. Wat kun je op zo’n klein oppervlak doen? Wat kun je met draad toevoegen én wat durf ik te doen?
Ik ben begonnen verschillende kleuren draad (en verschillende diktes) te gebruiken om de laagjes aan elkaar te maken. Ik probeer even andere borduursteken dan de rijgsteek uit, maar vind dat heel snel decoratief (en het is ook nog eens veel meer werk). Soms naai ik er een ribbel in of een dikkere draad wol bovenop. Wat me goed bevalt is om het werk om te draaien en op de achterkant te naaien. De steken zien er dan aan de voorkant minder netjes en minder bewust gezet uit. In een cirkel borduren geeft ook een grappig effect: de steken gaan minder met de vorm van de stof mee.
Zo heb ik dan binnen een paar weken een stuk of tien kleine werkjes gemaakt. Netjes (nog steeds), vaak ook best wel afgestemde stoffen én redelijk vierkante of rechthoekige eindvormen. Is dit het? Is dit wat ik wilde maken? SAAI! kan ik er niet meer mee?
Ik bedenk dat ik mezelf verder zou kunnen uitdagen door een contrast kleur toe te voegen. Of ik zou ze stuk kunnen maken: de fik erin, een gat maken, het werk doorknippen en het dan op een andere manier weer aan elkaar naaien.
Wat ik dan vervolgens doe: ik knip de twee lelijkste door en combineer die met elkaar. Ik steek de saaiste in de fik. Ik naai een contrasterend draadje op de twee na saaiste. Ze knappen er wel (die van de fik) of niet (die met het draadje) van op. Maar ze blijven onderaan mijn lijst der favorieten bungelen. Ik doe heel voorzichtig te kleine ingrepen, durf niet ver genoeg te gaan. En ik ontzie de drie die ik op dit moment de mooiste vind (bovenste rij).
Goed. Oké. Ik merk dit bij mezelf. Notice what you notice. Geen oordeel, maar wel actie. Dit is een oefening. Het is juist mijn bedoeling om verder te gaan, meer te doen, meer te durven. Dus: ik moet ALLES stuk knippen, in de fik steken of kapot maken. Dan kan ik daarna opnieuw kijken. Bij alles wat daarna ontstaat MOET één contrasterend stuk stof komen. Niet een draadje, maar een stuk stof. Dat heeft meer impact.
Zo jullie hebben het allemaal kunnen lezen wat ik ga doen. Jullie zijn mijn getuigen. Op de foto is te zien hoe de mini’s nu zijn. Als ik later een tweede blog schrijf over deze mini’s, dan zal ik laten zien wat ik ermee gedaan heb. Wordt het niets meer, dan heb ik in ieder geval durf getoond 😉
Aan de slag maar weer!


