doen,  potlood

Waarom iedere tekenaar een gum (of drie) moet hebben

Je hoort veel negatieve reacties op de gum: van ‘Op de academie leer je om geen gum te gebruiken’ tot ‘je moet gewoon altijd je schetslijnen laten staan, daar leer je van’. Nu is rigoureus gummen inderdaad slecht voor je papier en je tekening, maar laten we de positieve eigenschappen van de gum ook niet vergeten!

Ik heb zelf drie verschillende gummen in mijn basis-etui zitten. Dat is het etui dat ik standaard altijd overal mee naartoe neem (potloden in verschillende diktes, paar kleurtjes, wat pennen, grafietpotloden én altijd mijn vulpen). Ik heb een kneedgum, een potloodgum én een lekkere zachte gewone gum bij de hand. Waarom zou ik die niet willen missen?

Gum bij de hand geeft zekerheid

Als je naar zo’n lege bladzijde kijkt waar je op wilt gaan tekenen, kan die lege vlakte verlammend werken. Als je je onzeker voelt over je tekenkwaliteiten, onzeker over wat je wil tekenen en of dat wel zal lukken, dan kan het alleen al helpen als je een gum naast je hebt liggen. Je hoeft hem niet te gebruiken, maar het idee dat het kan, dat kan je helpen om de drempel over te gaan.

Dat ik dan tegen mezelf kan zeggen: geeft niet, ik kan altijd opnieuw beginnen, heeft rust. Op de een of andere manier zet ik ook bijna altijd de eerste lijn verkeerd. En die kan ik dan lekker uitgummen. Druk niet te hard op je potlood in het begin, dan kun je nog makkelijker gummen.

Je kunt met een gum het licht terugbrengen

Ik laat een tekening een beetje ontstaan, begin zacht en schakel later over op een potlood met meer power (B4). Ik laat tijdens het tekenen wel veel schetslijntjes staan, dat vind ik mooi, en ik maak ook delen donker met de zijkant van mijn potlood. Soms wordt het dan zo donker, dat het licht uit mijn tekening verdwijnt. Dat is niet fijn. Gelukkig bestaat er een gum en daarmee kan ik dan een deel weer wat lichter maken.

Een gum is ook een medium

Je kunt je gum ook bewust gebruiken bij het tekenen. Dat doet zelfs Betty Edwards. Je kunt als je iets tekent dat vrij donker is, bijvoorbeeld eerst je papier al helemaal donker maken. Dan gebruik je daarna je gum om de lichtere delen er uit te gummen. Dit kan echt helpen om met meer licht en donker contrasten te tekenen.

Zelf heb ik sinds kort het gumpotlood ontdekt. Ik dacht een wit potlood gekocht te hebben, maar het bleek een gum te zijn. Ik schrok wel even toen de punt van mijn potlood doorboog… Je kunt hem slijpen en hij heeft dus echt een puntje. Wat ik grappig vind is dat je er dus mee kunt tekenen in een donker vlak. Ik gebruikte het bijvoorbeeld bij deze tekening om wat strepen in het haar te zetten.

Ik heb een vrij slordige tekenstijl: je ziet hoe ik het gezocht naar de juiste vorm. Dat vind ik wel mooi en dat zou ik nooit allemaal weer weg willen gummen. Dat organische staat me wel aan. Maar zoals je tuin ook kan overwoekeren als je alles maar gewoon laat groeien, kunnen mijn tekeningen ook opknappen van een beetje snoeiwerk. Hier en daar wat nieuw wit in brengen, een paar uitgewaaierde schetslijnen wegwerken of wat bewuste lijnen met gumpotlood toevoegen vind ik mijn werk sterker maken.

2 Comments

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.