inspiratie,  kunstgeschiedenis,  tentoonstellingen,  textiel

Twee tentoonstellingen in Tiburg

Gisteren ging ik in mijn eentje naar Tilburg om het weefwerk van Magdalena Abakanowicz te zien. Ik had al gehoord dat het een relatief kleine tentoonstelling was, dus ruimte genoeg om ook Meiro Koizumi in Museum De Pont te bekijken. Het is leuker om met anderen naar een museum te gaan, maar in mijn eentje vind ik het eigenlijk ook best goed te doen. Ik heb zelfs alleen geluncht in het café!

Magdalena Abakanowicz – Everything is made of fiber

Magdalena Abakanowicz (1930 – 2017) wordt omschreven als een van de invloedrijkste kunstenaars uit de twintigste eeuw (niet dat ze tijdens mijn studie kunstgeschiedenis ter spraken is geweest, maar hé, toen sloegen ze sowieso de helft nog over). Als Poolse en levend achter het ijzeren gordijn zocht ze naar manieren om zichzelf uit te kunnen drukken. Dat vond ze in textiel: ze was gefascineerd door de materialiteit en de structuur van natuurlijke vezels.

Als je de tentoonstelling binnenkomt, zie je grote weefsels aan het plafond hangen. Deze driedimensionaal objecten waren indertijd zo vernieuwend dat ze Abakans genoemd werden. Het is vrij donker in de zaal, hoe het licht op de werken valt en wat voor schaduwen er ontstaan doet mee. Het is alsof je een kathedraal binnen stapt. Even sta ik alleen maar stil te kijken. Wauw!

Ze was gefascineerd door de mogelijkheid om een ruimte vorm te geven en wilde graag zelf haar tentoonstellingen inrichten (wat dus nu niet meer kan). Ze liet dan haar weefsels bewegen en ze zelf hun plek bepalen. Dat vind ik echt een interessante gedachte. Maar wanneer ik wat rondloop, moet ik wel toegeven dat ‘in de ruimte’ nog steeds vrij plat is. Op sommige punten zijn de weefsels dubbel gevouwen en de achterkant is minstens zo interessant als de voorkant, maar de ZIJKANT is vrij plat.

Abakanowicz bouwde haar werk op met verschillende soorten natuurlijke materialen, waardoor de structuur van het weefsel heel verschillend is. Het meeste werk is donkerbruin. Ik vind het mooi, maar ook wel erg jaren zeventig. En ze lijken ook wel erg op elkaar. Ze vloeien samen tot één werk. Maar misschien is dat ook wel geheel volgens haar ideeën.

Later ging Abakanowicz minder abstract werken en vond ze inspiratie in het menselijk lichaam. Die werken spreken me minder aan. Een serie zittende figuren, die met hun rug naar de kijker toe zitten, vind ik als beeld ook wel een beetje makkelijk. Misschien moet ik dat meer in de tijd plaatsen. De kwetsbaarheid van een groep zachte ovalen – Embryology genoemd – raakt me wel, al lijken sommige vormen misschien net wat veel op aardappelen.

Meiro Koizumi – Theaters of Life

Ik loop voor op schema als ik na een bezoekje aan de museumwinkel de straat uitloop op weg naar Museum de Pont. Ik heb me eigenlijk nog niet echt verdiept in Meiro Koizumi, maar hij stond wel op het lijstje met tips, dat de NAU onregelmatig rondmailt. De Japanse Koizumi is een heel ander soort kunstenaar dan Magdalena Abakanowicz maar dat maakt het juist wel leuk om deze tentoonstellingen in één dag te combineren.

Het werk van Meiro Koizumi (1976) gaat over de werking van het geheugen, perceptie op de geschiedenis en over de functie / plaats van technologie in ons leven. Hij gebruikt daarbij verschillende media, van VR en video tot figuratieve houtskooltekeningen en sculptuur, waarbij ik zelf zijn video’s het sterkste vind. Ik blijf bij verschillende video’s geboeid een tijd zitten.

Het meest word ik getroffen door The Angels of testimony, een installatie met drie schermen. Op een wat kleiner beeldscherm zie je Koizumi in gesprek met Hajime Kondo. Deze stokoude oorlogsveteraan is een van de weinige die openlijk over zijn ervaringen tijdens de Tweede Wereldoorlog spreekt (hij schreef er zelfs een boek over). Alleen dat interview is al aangrijpend. Die oude man, zo kwetsbaar en gebukt onder zijn verleden. Hij kan niet meer goed praten en dat niet uit zijn woorden kunnen komen, voegt een extra lading toe aan zijn verhaal.

De oorlogsmisdaden van Kondo worden door jonge Japanners (de leeftijd die Kondo had toen hij soldaat was) voorgelezen. Hun ongemak bij de woorden die ze voorlezen, voegt echt iets toe. Fluisterend, schreeuwend, hakkelend proberen ze zich een weg te banen door die verschrikkelijke woorden (denk vrouw die door heel peloton wordt verkracht, gevangene die worden gestenigd). Soms is me dit te theatraal, zoals wanneer bijvoorbeeld de jongeren cirkelen om één persoon die op de grond ligt terwijl ze steeds herhalen ‘we leren je een mes te steken’ (of woorden van die strekking). Maar al bij al ben ik onder de indruk.

Ook het virtual reality werk Prometheus the fire-bringer is te bekijken. Dit ondergaan duurt 25 minuten. Ik denk: let’s go. Dus ik word met een VR-bril op geïnstalleerd. Maar ik kan me eigenlijk al direct niet overgeven aan de film. Waarschijnlijk had ik mijn leesbril (auch!) op moeten hebben, want het beeld is niet scherp. Maar de verte is ook niet scherp. En als ik om mijn heen kijk, zie ik de randen van de virtual reality. Daardoor voelt alles nep.

Een verteller komt zo dichtbij, dat het lijkt alsof die in mijn hoofd wil gaan zitten. Ik WIL niet iemand in mijn hoofd, ga uit mijn space! Ik probeer me toch open te stellen voor de natuur en de bloemstippen die overal vandaan komen, maar als ik even later van Prometheus het vuur krijg en mezelf als nieuw mens moet gaan zien, raak ik helemaal obstinaat. IK WIL HELEMAAL GEEN NIEUW MENS WORDEN. Ik ben goed zoals ik ben. Wie ben jij om mij te willen veranderen? En fuck die afgezaagde Prometheus mythe.

Ik zucht van verlichting wanneer bij de aftiteling. Nu kan ik rustig weglopen. Als ik mijn bril af zet, zie ik andere mensen netjes de handgebaren nadoen. Ligt het aan het werk OF ligt het aan mij dat ik dit geen goed werk vind? Na wat introspectie ben ik geneigd te zeggen: het ligt aan allebei. Het werk is net wat te makkelijk qua symboliek maar ik ben ook een control freak met te veel gevoel voor autonomie.

Onverwacht word ik na de Koizumi tentoonstelling meer geraakt door een installatie van een andere kunstenaar. Pair Field van de Amerikaanse kunstenaar Roni Horn (1955) bestaat uit achttien identieke sculptuurparen van gesmeed zacht koper en glasgestraald roestvast staal. Elk paar heeft een andere vorm, maar ze hebben allemaal dezelfde volume. De paren staan allemaal in een lijn met elkaar, maar die lijnen worden doorbroken door de lijnen van andere paren.

Terwijl ik door de installatie loop, word ik getroffen door de eenvoud en de kracht van het werk. Ik zoek en vind verbanden. Iedere vorm is verbonden met een andere vorm. Ze horen ergens bij. En ze horen ook allemaal bij elkaar, ook al zijn ze allemaal anders. Iedereen hoort ergens bij, we horen allemaal bij elkaar ook al zijn we allemaal anders. Tevreden ga ik naar huis.

Meiro Koizumi is nog t/m 31 augustus 2025 te zien (Roni Horn ook) in De Pont, Museum voor hedendaagse kunst, Wilhelminapark 1, Tilburg, open di-zo 11-17, www.depont.nl en Magdalena Abakanowicz is nog t/m 24 augustus te zien, Textielmuseum, Goirkestraat 96, Tilburg, open di-vrij 10-17, za-zo 12-17 uur, www.textielmuseum.nl

bijschriften:
– Eigen foto van de poster van Meiro Koizumi bij De Pont
– Zaaloverzicht Abakan Brown IV, (1969) van Magdalena Abakanowicz, Bruikleen: Central Museum of Textiles, Łódź, Foto: Josefina Eikenaar/TextielMuseum
– Magdalena Abakanowicz, Embryology, (detail), 1978-198, textiel, Bruikleen: Fondation Toms Pauli, Lausanne, donatie van, Association Pierre en Marguerite Magnenat, Foto: Arnaud Conne © Fondation Toms Pauli Lausanne (Donation of Pierre and Marguerite Magnenat)
– Meiro Koizumi, The Angels of Testemony, 2019, Video still, 3 channel video installation and book,
Collection De Pont Museum, Tilburg (NL)


Leave a Reply

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *