doen,  les,  life

Nieuwe dingen leren

Ik loop al een tijdje te denken op wat voor manier ik mijn werk vooruit kan helpen. Hoewel ik bij het Kunstenhuis veel leer, voel ik me steeds vaker bekneld door de opdrachten die ik daar krijg. Ik heb allemaal ideeën in mijn hoofd maar weet dan niet goed hoe ik van daaruit verder moet. Hoe pak je dat aan? Van denkproces tot eindproduct?

Zo was ik bezig met structuren in aquarel aanbrengen. Ik zie dat het snel te druk wordt, maar dat ik het in een werk met minder verschillende vormen en kleuren wel wat vindt toevoegen. Ik constateer dat. Maar dan? Wat ga ik dan vervolgens doen? Hoe combineer ik al die dingen die ik interessant vind tot een eigen manier van mezelf uitdrukken? Moet ik daarvoor dan toch naar de kunstacademie?

Ik heb een paar keer rond gescrold op de sites van verschillende kunstacademies, maar die maken vooral dat ik me oud voel en een beetje misplaatst. Ik heb ook bij Wackers gekeken en bij de Klassieke Academie in Groningen, die zich meer richten op volwassenen. Maar die zijn me te klassiek.

Toen kwam ik op de site van de Nieuwe Akademie Utrecht. Een deeltijd kunstopleiding voor volwassenen die al een tijdje bezig zijn – via cursussen en zelfontwikkeling – met kunst. Voor als je meer intensiteit en inhoudelijkheid in je werk wilt. Ik voelde me gelijk aangesproken. Ik herinnerde me dat ik iemand op De Toets ben tegengekomen die hier naartoe is geweest. Die vertelde er heel positief over.

Zodoende heb ik me aangemeld. Ongeveer rond de tijd dat mijn boek niet bij de laatste drie van de schrijfwedstrijd werd gekozen. Ik dacht: dit traject doe ik andersom. Ik ga eerst kijken of ik het echt wil en of ik wordt aangenomen en daarna schrijf ik er pas een blog over. 😉 Zaterdag was de intake én kreeg ik te horen dat ik ben aangenomen.

De dag van de intake
De afgelopen weken heb ik nagedacht over mijn motivatie en ik heb mijn tekeningen, aquarellen en olieverfjes uitgezocht. Het viel me op hoeveel werk ik de afgelopen twee jaar gemaakt heb. Soms vind ik het te klassiek, soms te krampachtig, maar ik vind ook werken waar ik trots op ben en die ik met liefde in een map stop om mee te nemen. Ik heb mijn werk nauwelijks gesigneerd of gedateerd, maar via de documentatie in mijn schetsboeken kan ik veel terug vinden.

Ik heb zaterdagochtend vroeg afgesproken. Het leek me fijn om niet de halve dag te hoeven wachten. Uren waarin ik alleen maar zenuwachtig kan worden. Heb ik niet te veel te klein werk? Ik heb nog nauwelijks schilderijen op opgespannen doek gemaakt, die af genoeg zijn om te laten zien. Hoe minder tijd voor dat soort gedachten hoe beter.

Zodoende reed ik rond tien voor tien een bedrijventerreintje op, waar ik – op weg naar Erna – vaak langs rijd. Ik was nog niet binnen of ik kon gelijk met een docent meelopen. Ze liepen voor op het schema. Docent nummer 4 (mijn geluksgetal) bleek een rustige man, waarbij ik me al snel op mijn gemak voelde. We liepen naar een klaslokaal waar ik mijn spullen neer kon leggen.

Ondertussen vroeg hij naar mijn achtergrond (kunstgeschiedenis had afschrikwekkende werking, nu schilder ik voor mezelf en om mezelf te leren kennen), naar wat ik gedaan heb en naar waarom ik deze opleiding zou willen doen. Ik vond het makkelijk om met hem te praten. Door mijn enthousiasme voor het schilderen en voor de dingen die ik daarbij tegenkom, vond ik het bijna moeilijk om stil te staan. Ik hoefde niet echt naar woorden te zoeken. Het leek gewoon vanzelf te gaan.

Sommige werken bladerde hij gedachteloos voorbij, bij anderen stond hij even stil. Soms noemde hij ze ‘lekker los’ of ‘interessant’ anderen missen een herkenbare toets of zijn stijf. Vooral bij mijn werken op doek (gelukkig kon ik zeggen dat ze nog niet af waren) kreeg ik nog wat feedback om ze te verbeteren. Dingen waar ik op kan letten: ‘maak er geen invuloefening van’ en ‘maak duidelijkere keuzes’. Mijn schetsboeken vond hij goed. Goed dat ik dingen probeer en veel documenteer.

Positief
Na een minuut of twintig kreeg ik een positieve beoordeling. Waar ik natuurlijk erg blij mee was, maar ik was ook een beetje beduusd. Terug in de kantine waar andere toekomstige studenten zich ophouden, merk ik wel dat veel mensen door mogen, maar dat zorgt er toch niet voor dat ik minder blij ben. Ik vind het fijn hier: tussen mensen die met hetzelfde bezig zijn, door dezelfde dingen worden geraakt.

Er volgt nog een half uurtje met meer praktische zaken. Hoe is de opleiding opgebouwd, wat kun je een beetje verwachten, wat zijn de kosten en de uren die je er aan zal moeten besteden. De eerste twee jaar krijg je ieder jaar één plat vak (tekenen of schilderen), gecombineerd met of ruimtelijk of mixed media.  De twee overgebleven vakken volg je dan in het tweede jaar.

Het blijkt dat er in het eerste jaar de meeste uitvallers zijn. Dan kom je er wellicht achter dat het toch niet bij je past, of dat het echt iets anders is dan je had gedacht. En na het tweede jaar is er een bindend studieadvies. De docenten kijken dan naar je groei en de kwaliteit van je werk en besluiten of je door kan naar de volgende fase.

Voor ik weg ga, spreek ik met een student die nu naar het vierde jaar gaat. Ze vertelt dat ze wel moest wennen aan de kritische manier waarop er naar je werk gekeken wordt en het feit dat je daarna ook zelf de oplossing moet gaan zoeken. Dat klinkt spannend en een beetje eng. Maar vooral uitdagend.

Als ik s’ avonds hoor dat ik officieel ben toegelaten, glijdt er een glimlach rond mijn lippen, die niet meer weg trekt. Shit! Ik ga dit echt doen!

5 Comments

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.