kunstgeschiedenis,  olieverf,  portret,  toonwaarde,  Zelfportret Eos

Imprimatura, een gekleurde achtergrond en twee portretten on the go

Als je net als ik, Project Rembrandt hebt zitten kijken, is het je zeker opgevallen, dat bijna iedereen voor het schilderen eerst een dunne laag verf in één kleur aanbrengt. Deze gekleurde onderlaag wordt in de zeventiende eeuw veel gebruikt en hoort dus zeker bij de aanpak van de ‘Project Rembrandt’ schilders. Maar wat is daar het voordeel van?

Zo’n gekleurde onderlaag wordt vaak een imprimatura genoemd, maar nu ik me er zo in verdiep blijkt niet iedere onderlaag een imprimatura. Het woord komt van het Italiaanse imprimitura wat ‘eerste laag’ betekend en was bedoeld om het doek nog beter te prepareren. Een imprimatura, is een transparante gekleurde verflaag, die over je over de ondergrond aan brengt. Je kunt ook met een niet-transparante kleur beginnen. Dat noem dan dus ‘gewoon’ een gekleurde achtergrond.

Oorspronkelijk gebruikten schilders vooral kleuren als gele oker of gebrande siena, maar ook rode oker, grijs en soms zelfs een beetje een groenige kleur. Tegenwoordig kun je elke kleur die je maar wilt gebruiken. Denk bijvoorbeeld aan het schilderij van Evianne dat ik liet zien bij het blog ‘Teken mee: expressieve gezichten’. Daar heeft ze een roze achtergrondkleur gebruikt, wat je op verschillende plekken door de voorstelling heen ziet komen.

Waarom een gekleurde achtergrond?
Het gebruiken van een gekleurde achtergrond of imprimatura heeft verschillende voordelen. Zo krijg je sneller een eenheid in je kleuren omdat de achtergrondkleur alles wat erboven op komt een beetje beïnvloed. En op de plekjes waar je alles niet helemaal hebt dicht geschilderd, schemert de ondergrondkleur een beetje door. Ook dat zorgt voor eenheid.

Het belangrijkste voordeel is dat je makkelijker de tonen kunt treffen. Dat doe je door de kleur van de ondergrond als uitgangspunt te gebruiken. Het is gebruikelijk om daarvoor een midden toon te kiezen, dus niet heel donker en ook niet heel erg licht. Je maakt de lichtere tonen lichter dan de achtergrond en de schaduwen donkerder. Het beoordelen van tonen en tinten van de beschildering is zo makkelijker dan op een wit doek. De contrastverhoudingen zijn beter zichtbaar.

Het plaatje dat je hieronder ziet, heb ik uit het Nieuw Handboek voor de Kunstenaar van Ray Smith (toch al zo’n veertig jaar oud, maar voor altijd ‘nieuw’). Je ziet het verschil tussen een kan geschilderd op een witte achtergrond, een transparante achtergrond (imprimatura) en een getinte achtergrond. De kan op de witte achtergrond blijft het platst. Vooral de kan op de getinte achtergrond krijgt veel 3D effect.

Mijn portretten
Ondertussen ben ik met verschillende zelfportretten bezig, die ik netjes opbouw en dus ook een gekleurde achtergrond geef. Voor mijn ‘zelfportret in seventies dress’ heb ik de achtergrond met gele oker geschilderd. Toen dat droog was heb ik een lijntekening met verf erop geschilderd. Dat ging makkelijker dan ik vreesde, want ik kon de verkeerde lijnen met een vochtig doekje verwijderen. Het is de bedoeling dat dit portret kleurrijk en met duidelijke penseelstreken gaat worden.

Bij Eos (zie hierboven), had ik al een houtskooltekening gemaakt. Daar heb ik een gebrande siena onderlaag overheen geschilderd. Daarin heb ik de lichtere delen lichter gemaakt en de donkere delen donkerder. Zo is het eigenlijk meer een onderschildering geworden. Dit heb ik eerder op schilderles zo gedaan en dat vond ik wel prettig.

2 Comments

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.