bomen naar Van Gogh, aquarel en pastel
inspiratie,  kunstgeschiedenis,  mind

Verlangen naar een groots en meeslepend leven

Kunstenaars horen een groots en meeslepend leven te hebben. Dat heb ik niet, dus ik kan nooit een kunstenaar zijn. Ik ben te saai. Of te wel: ik word nooit een kunstenaar. Nu ken ik genoeg voorbeelden van huis-tuin en keukenkunstenaars – van Vermeer tot Helmantel – dus waar komt dit idee vandaan? En waarom willen we eigenlijk zo graag groots en meeslepend leven?

De uitdrukking blijkt te komen uit een gedicht van Henrik Marsman: ‘Groots en meeslepend wil ik leven! / hoort ge dat, vader, moeder, wereld, knekelhuis!’ Met deze zin begint De grijsaard en de jongeling uit 1930 en het is de jongeling die de uitspraak doet. De oude man reageert daarop met een advies dat neerkomt op: ga niet te ver van huis en wantrouw alles wat groot en dramatisch is. Een advies dat de jonge man natuurlijk niet opvolgt.

En wat is dat nu dan? Wat houd groots en meeslepend leven in? Je droomleven leiden? Je baan opzeggen en een wereldreis maken? Beroemd worden? Een epische roman schrijven? Al je impulsen volgen? Doen wat je leuk vindt? Living on the egde? We hebben we allemaal de behoefte en het verlangen om iets van het leven te maken. Straks ben je dood. Wat laat je na? Heb je alles wel uit het leven gehaald dat erin zit? En ondertussen zit je in een dagelijkse sleur en doe je niets om dichterbij die droom te komen.

Al googelend krijg ik twee soorten advies. Er zijn veel – voornamelijk persoonlijke – blogs waarin mensen aangeven dat het nastreven van ‘groos en meeslepend’ zonde van je tijd is. Je kunt beter genieten van het nu en blij zijn met wat je hebt, dan altijd maar naar iets anders en iets ‘beters’ te verlangen. Het is de kunst om tevreden te zijn met het leven wat je hebt. Het mooie te zien in het leven dat je leidt.

Daarnaast vind ik adviezen over hoe ik toch dichterbij dat gedroomde leven zou kunnen komen. Deel je grote droom op in kleinere stapjes, dat maakt het bereikbaarder. Kies een rolmodel om je aan op te trekken. Zet je vrije tijd in het teken van je droom. Probeer nieuwe dingen uit en neem wat meer risico’s. Op zich goede adviezen, maar het lijkt me ook van je droom afhangen of die daarmee binnen bereik komt.

Kunstenaar als genie

Voor mij is het idee van groots en meeslepend leven ook verbonden aan het kunstenaarschap. De kunstenaar als creatief genie, die zich niets aantrekt van de wereld, maar zich helemaal op zijn eigen werk stort en daardoor in staat is om echte meesterwerken te maken. Dit is een in de negentiende-eeuw ontstaan, romantisch beeld van de kunstenaar. Hoe tragischer het leven, des te groter het kunstenaarschap. Het wordt uitgelegd met woorden als autonoom onafhankelijk, bijzondere gaven, een goddelijke roeping of persoonlijke hartstocht. Als dat niet groots en meeslepend is!

Tekenen en schilderen voelt voor mij noodzakelijk. Als ik een paar dagen niets doe, word ik onrustig. Het is een manier waarop ik mezelf kan uiten en beter kan leren kennen. Maar mijn oor afsnijden zoals Vincent? Zo ver boven mijn stand leven dat ik uiteindelijk failliet ga zoals Rembrandt? Mijn gezin in de steek laten en gaan schilderen in de Stille Zuidzee net als Gaugain? Neuh.

Vooral Vincent van Gogh wordt altijd genoemd als voorbeeld van zo’n een groot onbegrepen genie. Hij gaf alles voor de kunst, tot en met zijn leven. Dat dit de enige manier is waarop je kunstenaar kunt zijn is achterhaald en eenzijdig en wordt ook wel ‘de mythe van de kunstenaar’ genoemd. Over het kunstenaarschap bestaan vele vooronderstellingen, verhalen en aannames die het beroep een stuk romantischer maakt dan dat het is. En zelfs Van Gogh was veel minder een einzelgänger dan altijd gezegd werd.

Toch zit dit idee blijkbaar nog ergens diep in de krochten van mijn brein, waar het ergens in mijn tienertijd terecht is gekomen. Ik was verslingerd aan romantische verhalen, waar Parijs en de mondaine wereld van rond 1900 een hoofdrol in speelde. Nu ben ik ouder en wijzer, maar die beelden zijn blijkbaar nog niet helemaal weggesleten. En die gebruik ik dus nu als excuus. Als een waarom ik zelf toch nooit iets zou kunnen bereiken met tekenen en schilderen.

Als ik het gedicht van Marsman zelf lees, valt het me op dat de oude man de jongeling aanraadt te luisteren naar zijn eigen hart: ‘alleen een hart dat tegen eigen ribben slaat / is een zuiver hart op een zuivere maat.’ En het eindigt met: ‘de jongen kijkt door de geopende ramen / waarlangs de wereld slaat; zonder zich te beraden / stapt hij de deur uit, helder en zonder vrees.’

Dit wordt wel uitgelegd als: je kunt de jeugd nog zoveel advies geven, ze moeten toch hun eigen fouten maken. Maar wat als de jongen nu ook luistert naar de oude man? Wat als hij besluit naar zijn hart te luisteren én op basis daarvan helder en zonder vrees de wereld tegemoet te treden? Want is dat niet waar het om draait? Dat je zowel trouw bent aan jezelf als moedig genoeg om je aan de wereld te laten zien.

2 Comments

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.