kunstgeschiedenis,  lezen

Wittgensteins Minnares

Gisteren leesclub gehad over Wiggensteins Minnares van David Markson en hoewel dit boek een beetje een zijspoor is voor mijn blog, kan ik het toch niet laten om jullie er meer over te vertellen. Omdat de hoofdpersoon van het boek – Kate – een kunstenaar is en zij het veel over kunst en kunstenaars heeft, vind ik het passend genoeg. Ik heb nog nooit zoiets gelezen!

Kate is de enige overgebleven mens in de wereld, of althans, dat gelooft ze zelf. Ze woont op een strand en bij gebrek aan anderen om mee te spreken, typt ze alles waar ze aan denkt uit. En dan ook echt alles! Ze springt van de hak op de tak, heen en weer en via een omweg weer terug. Af en toe werd ik helemaal gek van al die ongefilterde informatie. Waar gaat het heen? Waar blijft het verhaal, de plotlijn?

Wittgenstein
Kate is heel erg bezig om dat wat ze schrijft kloppend te krijgen en verbetert zichzelf regelmatig, soms pagina’s later nog. Waar is ze geweest en wat heeft ze daar gedaan? Hoe zat het precies? Ze twijfelt aan alles. Ik denk ook omdat ze alleen is. Als je bij niemand kan checken hoe het zit, hoe weet je dan of het klopt? Hoe snel wordt jou versie van de werkelijkheid dan waarheid?

Vragen waar de filosoof Wittgenstein zich dus ook mee bezig hield. Eerst geloofde hij dat de oplossing zat in alles zo sec mogelijk te benoemen. Zinvol taalgebruik, zo schrijft hij in zijn Tractatus Logico Philosophicus, beschrijft alleen empirisch waarneembare zaken. Dit probeert Kate ook. Alles wat ze zegt, wil ze zo precies mogelijk formuleren.

Dat dit niet te doen is, blijkt wel uit de vreemde bochten waarin Kate zich daarvoor moet wringen. Ook Wittgenstein moest toegeven dat taal meer is. In een tweede boek beschrijft hij taal dan ook als een afspraak tussen mensen. Een woord krijgt zijn betekenis pas wanneer mensen onderling consensus hebben over die betekenis. Pas als de ander jou definities deelt, werkt taal. En daar heeft Kate een probleem. Want ze is alleen.

Leerling van Rembrandt
In de eerste jaren van haar eenzaamheid is Kate op zoek naar andere mensen. Ze zwierf over de wereld, onderdak zoekend in de grote musea. Geen mensen gevonden, wel kunst. Ze houdt zich vast aan haar kennis en dan vooral haar kennis van de kunst. ‘Alsof ik benoemd ben tot curator van de hele wereld.’ Het boek staat vol met feitjes – en verzinsels – over kunst en kunstenaars als Michelangelo, Giotto, Rembrandt, De Kooning en Vermeer.

Ze schrijft over Giotto, dat er over hem gezegd werd dat hij een perfecte cirkel kon tekenen (klopt), dat Picasso geboren is op 25 oktober (klopt), maar ook dat De Nachtwacht in de Tate hangt (mochten ze daar willen!). Dat het ene feit wel klopt en de ander niet, maakt dat ik overal aan ga twijfelen. En ik begin uiteindelijk ook aan mezelf te twijfelen. Helemaal als ze dan ook haar ‘feiten’ steeds een beetje gaat aanpassen. Een kat verandert van kleur, heb ik het verkeerd onthouden?

Over Willem De Kooning schrijft ze dat hij wellicht, omdat hij ook een Hollander was, verwantschap heeft gevoeld met Rembrandt. Dit is een startpunt om pagina’s lang te filosoferen over afstamming, leerlingen en meesters. Als hij een echte nazaat van de grote meester was geweest, hadden we dat wel geweten, maar wat als De Kooning nu afstamt van een leerling van Rembrandt? Zou er dan via via wat van Rembrandts genialiteit kunnen zijn overgebracht? En zou dat ook kunnen als het een leerling was, die was afgehaakt en toch maar banketbakker was geworden? Intrigerend idee. Misschien stam ik zelf wel af van aan gesjeesde leerling van Rembrandt? Of jij, dat zou net zo goed kunnen.

Abstracte penseelstreek
Intrigerend vond ik ook haar beschrijving van een schilderij dat zich in het huis waar ze nu woont bevindt. Het is een afbeelding van hetzelfde huis. Achter een raam denkt Kate een vrouw te kunnen zien. En wel achter het raam van de kamer die ze zelf gebruikt. Ze komt er een paar keer op terug. Misschien is de vrouw naar buiten gegaan, misschien zijn het slechts schaduwen. Uiteindelijk is het verf; een penseelstreek ‘abstract geworden bij een raam’.

Nu ik dit zo zit op te schrijven denk ik dat Kate misschien zichzelf achter het raam zag. En misschien betekent het feit dat er uiteindelijk geen vrouw was geschilderd, dan wel dat Kate ook niet bestaat. Dat alles verzonnen is en Kate helemaal niet alleen in een huis aan het strand zit? Ze is zelf niet meer dan een abstracte penseelstreek?

Zie je nu wat een mindfuck dit boek is? Het is het meest fantastische en meest frustrerende boek dat ik in tijden heb gelezen!

2 Comments

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.