Eerste hulp bij nachtelijke ideeën
In het vierde jaar van de NAU moet ik een scriptie schrijven. Het idee is dat je je verdiept in je kunstfamilie, in kunstenaars die je aanspreken, en dat je daar van leert voor je eigen proces en werkwijze. Het liep een beetje stroef bij mij, maar nu voel ik het eindelijk stromen. En dat begon dus midden in de nacht…
Ik was naar de WC geweest, altijd een tricky moment want als mijn brein dan AAN gaat krijg ik hem nog maar weer lastig uit. Even leek het alsof ik weer in slaap zou vallen, maar het liep anders. De dag ervoor had ik geprobeerd om aan mijn scriptie te werken. En dat zat blijkbaar nog in het werkgeheugen.
Overdag had ik ruim twee uur aan mijn scriptie gewerkt (op zondag!!!), maar niet meer dan een paar regeltjes getikt. In die twee uur had ik wel van alles aangetikt. Zo gaat het vaak bij mij als ik iets aan het onderzoeken ben. Ik begin met een doel (schrijven over Barry Flanagan), dan valt mijn oog op een detail (anti-form), dan ga ik dat opzoeken (kom ik bij een artikel dat ik ga lezen), wat me weer op andere interessante zijsporen brengt. Die me dan weer op andere zijsporen brengen.
Wat kan ik nog meer over anti-form vinden? Wie horen daarbij? Is Oldenburg echt de eerste die dit deed? Zouden er vrouwen over het hoofd gezien zijn? Moet ik niet eigenlijk ook een vrouwelijke soft sculpture maker toevoegen aan mijn scriptie? Wie dan? Had ik daar geen boek over? Waar is dat? Oh gevonden. Louise Bourgeois, ja.. Spinnen nee! En zo gaat dan in mijn hoofd.
En hoewel ik weet dat dit ook een onderdeel van mijn proces is, is het ook iets wat me echt kan frustreren. Dat is dan denk ik ook wel waarom mijn brein er midden in de nacht wel aandacht aan gaat besteden.
Mijn probleem zit een beetje in het feit dat ik voor mezelf een heel specifiek onderwerp heb gekozen (afhankelijkheid in 3D werk), daar waar er – vooral als ik naar andere kunstenaars kijk – zoveel meer interessante aanknopingspunten zijn. Maar ik wil ook niet mijn onderwerp loslaten. Ik leer veel van het onderzoek dat ik daarnaar doe.
Toen kwam mijn brein dus midden in de nacht tot het briljante plan om een tweedeling in mijn scriptie aan te brengen. Eerst een formeel onderzoek naar het begrip en daarna de kunstenaars op een lossere manier behandelen. Wel steeds kijken naar de rol die afhankelijkheid (eventueel) in hun werk speelt, maar ook naar de andere dingen die me in hun werk aanspreekt (en wat ik daar van kan leren). Het voelde als een Eureka moment.
Alleen het was dus ergens rond vijf uur. Wat te doen? Verder slapen? Als ik het maar niet vergeet. Er uit en het opschrijven? Het is zo koud buiten het bed. Helemaal op staan en gewoon achter de laptop gaan zitten? Dat voelt wel een beetje overdreven. Toch maar verder slapen. Ik onthoud het wel. Toch?
Als mijn man ook naar de WC gaat (ik lig dan al een tijdje de bovenstaande alinea in mijn hoofd te herhalen), vraag ik of hij dit herkent: dat je een idee hebt en daardoor niet meer kan slapen. Hij gaat erover nadenken en geeft antwoord, terwijl ik licht hyper mijn idee aan hem vertel. Je kunt wel raden wat er daarna gebeurde: toen lagen we allebei wakker. Dit is dus wat je NIET moet doen bij nachtelijke ideeën!
Ik heb een tijdje een opschrijfboekje met een pen naast mijn bed gehad. Dan kon ik half slapend alles opschrijven. In de morgen vond ik onleesbare aantekeningen, maar die gaven me wel vaak het idee terug. Die heb ik weer naast mijn bed gelegd 😉


