doen,  landschap,  Landschappen Wissant,  olieverf,  toonwaarde

Niet tevreden over mijn landschap – landschapsserie III

Gisteren had ik een middagje uitgetrokken om eens lekker te schilderen. Tijd om weer een landschap uit de Wissant reeks in de verf te zetten. Ik kies voor een zeegezicht met rotsen op de voorgrond, strand vol geulen en boven de zee een ondergaande zon met donkere wolken. Dit gaat vast mooi worden.

Na met een paar lijnen de opzet te hebben geschetst, ga ik lekker aan de slag met de kleuren van de lucht. Ik gebruik cadmium rood, cadmium geel, ultramarijn en wit om mee te mengen. Een ondergaande zon, verschillende tinten geel wat grijzen en oranje. Wat wolkjes in de lucht. Dan ga ik onderaan verder. Donkere rotsen, verschillende tinten rood, paars en een beetje grijzig. Ja dat vind ik wel leuk.

Dan doe ik een stap naar achter.

Wat ik zie bevalt me totaal niet. De rotsen op de voorgrond passen helemaal niet bij de lucht. De rosten zijn donker, vergrijsd en de lucht is veel lichter, veel blijer. En wat heeft de zee een vreemde kleur! Een blauw dat mooi bij geel staat, maar die helemaal niet bij de rotsen op de voorkant past. En hoe moet het nu met het stuk in het midden? Dat wit dat zo verloren tussen de twee verschillende delen ingeperst zit.

Ik voel mezelf een sukkel. Drie van mijn klassieke fouten gemaakt. Ik ben op twee plekken los van elkaar begonnen te schilderen die nu moeilijk bij elkaar kunnen komen (1), in verschillende tonen (2) en heb te lang gewacht voor ik op afstand keek naar waar ik mee bezig was (3).

Op het Kunstenhuis ben ik juist de hele tijd bezig om eerst de grote vormen op te zetten en dan pas in tweede instantie de details toe te voegen en dat van licht naar donker over het hele schilderij tegelijk. En dat heb ik niet gedaan. Ik zie nu aan dit werk waarom dat belangrijk is. Als ik dat wel had gedaan, had ik veel van de problemen van dit schilderij kunnen voorkomen.

Ik zie nu ook dat het ook komt omdat ik vlak voor het schilderen besloot om de horizon te veranderen en een stuk van de lucht niet te schilderen. Het stuk dat ik weggelaten heb is veel lichter van kleur. Maar tijdens het schilderen had ik wel de hele foto en de houtskooltekening van de hele foto ernaast liggen als referentiemateriaal. Ik had beter eerst een nieuwe schets kunnen maken.

Wat te doen?
Kiezen. Ofwel de tonen van de onderkant ofwel die van de bovenkant gebruiken en zo snel mogelijk alles meenemen. Ik kies ervoor om vanuit de rotsen weer omhoog te werken. Dus ik heb de zee en heb ik de zee en het lichtste deel van de lucht donkerder gemaakt. Ik geloof dat ik het probleem van de tonen wel heb opgelost.

Ik blijf het gevoel houden dat het middendeel te weinig mee doet in het geheel. Je kan niet goed zien waar er water loopt en waar er zand is. Het is te onduidelijk en te veel een recht blok. De rosten heb ik wat meer duidelijkheid gegeven door met een oud pasje een paar lijnen te trekken in de verf. Als ik dat ook in het zand probeer, ziet dat er nog rommeliger uit.

Voor contrast heb ik het zonlicht met geel recht uit de tube gebruikt, maar hoe langer ik ernaar kijk, hoe minder dat me bevalt. Misschien helpt het als ik er een tikkeltje rood bij doe. Misschien past het dan beter bij de voorgrond.

Ik twijfel nu of ik nog een poging zal doen om dit schilderij te verbeteren of dat ik de kennis opgedaan in dit werk zal meenemen in een volgende versie. Waarschijnlijk allebei. Eerst nog wat oefenen op deze en dan toepassen op de volgende. Iemand nog imput?

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.