doen,  landschap,  les

Buiten schilderen met een vier stappen plan

Toen onze IRL lessen weer begonnen, mochten we zelf meedenken over het programma. We wilden wel buiten schilderen en onze docente Inge Peeze vond dat een goed idee. Vandaar dat we twee weken geleden en gisteren op locatie gingen schilderen.

Wat ik heel lastig vind met het buiten schilderen is te kiezen wat je weergeeft. Er is zoveel te zien: een huis, bloemen, een boom, nog meer groen verderop, struiken, een muurtje en weet ik al niet wat. Hoe krijg je dat allemaal op je doek of papier zonder dat het rommelig en onduidelijk wordt?

We hebben twee middagen geschilderd op Landgoed Kraaybekerhof in Driebergen. Er zijn daar verschillende tuinen waar mensen zelf bloemen kunnen plukken en ze verbouwen er groentes, die verkocht worden in een winkel. Het is niet al te groot en zit vol mooie plekjes. De eerste les heb ik met olieverf gewerkt en gisteren met aquarel.

In beide lessen hebben we geoefend met een vierstappen plan:

1. Potloodschetsen

In deze fase kijk je naar de compositie en het licht. Wat komt er wel op en wat niet?  Teken die snel met potlood. Die moesten we verdelen in vier tonen. Wat is het lichtst, wat het donkerste en dan de twee ertussenin. Die verdeling geeft diepte, maar ook rust.

Ik had een mooi plekje gevonden aan het einde van een pad, met rechts een boom, links een bloemenveld en daarachter donkere bomen en struiken. Toen ik dit plekje koos, zaten er wolken voor de zon. Toen ik na een pauze terugkwam, bleek mijn krukje pal in de zon te staan. Dat is niet handig. Ik moest mijn standpunt wat veranderen en wat rommelen met mijn ontwerp. En dat gebeurde – tot mijn frustratie – nog drie keer!!  Nog stommer is dat me dit de tweede keer ook overkwam. Iets met ezels en stenen?

2. Schets in 1 kleur verf

Als je buiten schildert, dan is er zoveel te zien, dat je jezelf erg makkelijk kan verliezen in details. Er zijn prachtige bloemen, struiken en ontelbare grassprietjes. Daar moet je je niet te snel door laten afleiden. Probeer je te concentreren op de grote vlakken. In deze tweede schets doe je dat door alles in maar vier tinten van dezelfde kleur te verdelen.

Je kijkt dan dus eigenlijk meer naar het licht en het donker. Dat zie je goed als je door je oogharen kijkt. Het licht is wit, of bijvoorbeeld heel licht blauw als dat je kleur is, het donkerste is de pure kleur verf en dan meng je nog twee kleurvarianten daartussen. Als je de verhoudingen goed hebt, dan merk je nu al of het wat kan worden of niet. Zo bleek gisteren dus dat het te druk was op de achtergrond van mijn compositie.

3. Zet je werk in grote kleurvlakken op

Dan het uiteindelijke schilderij. Nog steeds geen bloemetjes schilderen! Met behulp van de schets in één kleur moeten we nu de grote kleurvlakken op het doek gaan zetten. Wat in de schets wit is gebleven, moet ook in deze versie licht blijven, wat je donkerblauw had gedaan, moet nu ook donker van kleur blijven. En werk van donker naar licht.

Dit is het moment dat ik dus vaak de fout in ga. Als ik terug keer naar de werkelijkheid (of een foto) zie ik daar zoveel verschillende kleuren en details, dat ik daarin verzand. Ik begin nu netjes met de donkerste kleur groen maar ik laat er openingen in voor wat bomen die ertussen staan, weer net in een andere kleur groen. Maar juist dan komt Inge langs, die me gelijk op de vingers tikt: ‘Niet te snel de details gaan schilderen, maar maak dat hele vlak eerst donkergroen. Zet eerst de grote vlakken op, ook in kleur en pas als je daar de toon goed hebt, ga je verschillen aanbrengen.’

Het voelt erg tegennatuurlijk om het hele vlak donkergroen te schilderen, maar ik vind het resultaat wel goed. Het is minder rommelig geworden. Ik heb later nog wel een vage contour van een andere boom aangegeven maar die steekt niet zo af als dat ik normaal bij mezelf zie. Deze manier van schilderen voelt heel planmatig – wat het ook is – maar het geeft wel een houvast tijdens het schilderen.

Detaillering

De laatste fase is dat die van het aanbrengen van details. Nu mag je eindelijk die bloemen toevoegen. Maar eigenlijk ben ik beide lessen niet tot deze fase gekomen. Het voortraject koste me steeds te veel tijd. En de tweede les ben ik toen ik in de zon terecht kwam gewoon helemaal van plek verandert en toen moest ik een nieuw idee uitwerken. En (geen smoesje) toen begon het ook nog te onweren.

Ik heb voor de zomer al verschillende afspraken staan om op locatie te gaan schilderen. Dus ik kan dit principe vaker gaan oefenen. Hopelijk lukt het me dan ook een keer om het werk helemaal af te maken. Daar kom ik ongetwijfeld nog wel weer op terug.

Gisteren was onze laatste les met Inge Peeze. Ze gaat nog twee jaar studeren aan de Academie in Groningen. Ik moest in het begin wennen, maar de lessen na de lockdown waren erg leuk en leerzaam. Ik hoop dat ik haar nog weer eens ergens tegenkom.

3 Comments

  • Paul Vermeulen

    Ik vind dat je het proces van buiten schilderen en de problemen daarbij heel boeiend beschrijft. Het licht verandert, het beeld is te vol, de dag te kort, enz enz.
    Wat ik me afvraag is waarom je eigenlijk “naar buiten” gaat en wat de meerwaarde is ten opzichte van naar een eigen foto werken. Je docent vond het buiten schilderen een goed idee, heeft ze ook gezegd waarom?
    Afgezien van het lekker buiten zijn natuurlijk.

    • uiltje48

      De kwestie IRL schilderen of naar een foto is een mooi onderwerp om nog eens een blog aan te wijden. Ik ben daar al heel stellige meningen over tegen gekomen… Zelf vind ik het buiten werken erg leuk. Wat je ervaart tijdens het schilderen – niet alleen wat je ziet, maar ook wat je hoort, ruikt of voelt – heeft volgens mij invloed op het resultaat. En achteraf is een tekening of een schilderij die je op locatie hebt gemaakt een sterkere herinnering aan de plek dan een foto. Omdat je daar goed gekeken hebt, herinner je je het beter. Maar ook mijn andere zintuigelijke ervaringen lijk ik beter te onthouden.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.