kunstgeschiedenis,  lezen,  modeltekenen,  potlood

Otto Dicke: kwetsbaar en trefzekere tekeningen

Struinend door een tweedehandsboekwinkel – één van mijn andere hobby’s – stuitte ik op een boekje van een mij onbekende kunstenaar. Als ik door Otto Dicke – tekeningen blader, word ik getroffen door zijn tekenstijl: hij doet een aantal dingen precies zoals ik zou willen!

Otto Dicke (1918-1984) blijkt een kunstenaar uit Dordrecht te zijn. Hij was beeldend kunstenaar, tekenaar en illustrator, cartoonist, striptekenaar, boekillustrator en ontwerper van mozaïeken voor scholen en kerken. Ik zie dat er vorig jaar een tentoonstelling was in het Dordrechts Museum en lees op hun site dat Dicke zichzelf leerde tekenen door te kijken naar kunstenaars als Rembrandt, Daumier en de impressionisten. Hij werd wel ‘een tekenfenomeen’ genoemd.

Er is een hele website over hem waar je ook nog werk kunt kopen. Ik struin erdoor, maar word niet zo geraakt als door de afbeeldingen in mijn boek. Zijn landschappen en stadsgezichten vind ik een beetje vol. De figuren vind ik nog steeds wel interessant. Wat is het aan die tekeningen dat ik zo mooi vind?

Kwetsbaar en trefzeker

Te beschrijven wat me nu precies aantrekt in deze tekeningen vind ik nog best lastig. En je zou toch zeggen dat ik dat als kunsthistoricus gewend zou moeten zijn. Maar als kunsthistoricus zou ik iets algemeens schrijven terwijl ik nu woorden voor mijn eigen mening zoek. Dordrechts Museum schrijft: ‘Intens en betrokken verbeeldde hij een herkenbare wereld, trefzeker en kwetsbaar.’ Toch niet helemaal zelf verzonnen, maar ik geloof dat ‘kwetsbaar en toch trefzeker goed beschrijft wat me aanspreekt.

Het gebruik van tegenstellingen

Toen ik het boek voor het eerst opensloeg, viel mijn oog op een model waarvan het hoofd vrij uitgewerkt was getekend en het lijf daaronder bestond uit een paar lijnen. In een ander is het lichaam heel zacht gemaakt, maar met een paar harde lijnen verstevigd. Misschien niet super origineel, maar het gaf mij toch een eureka moment: ik hoef niet of helemaal uitgewerkt of alleen in lijn te werken. Je kunt dat ook combineren (en daarin je eigen vorm zoeken). En die combinatie vind ik spannend. Ik ben benieuwd wat ik zou kunnen maken als ik dat ga uitproberen.

De lijnvoering

Hij tekent best zoekend. Het is alsof je kunt voelen dat hij in gedachten de huid van de modellen afgaat en in lijnen vangt. Ik zie veel ‘scribbly lines’ zoals de docenten van London Drawing dat zo leuk noemen. Daar houd ik van. Maar wel ook in combinatie met enkele goed geplaatste strakkere lijnen. De lijnen in de schaduw zijn dikker, in het licht dunner. Ik ben nu geneigd om alles overal even veel te doen, maar misschien kan ik proberen daar meer variatie in aan te brengen.

De jaren zeventig fibe

Meisjes met flared broeken, laarsjes, grote ogen, lang haar, krullen. Misschien komt het omdat ikzelf uit de jaren zeventig kom, maar ik houd van de lange golvende lijnen die het oplevert. Veel tekeningen zijn meer bruin dan zwart, wat ik ook wel jaren zeventig vind. Misschien zijn ze verkleurd, maar het zachtere van dat donkerbruin bevalt me wel. Misschien eens een tijdje in Van Dijck bruin gaan tekenen.

pagina uit Otto Dicke – Tekeningen

One Comment

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.