Experimenteren met carborundum
Afgelopen weken zijn we met grafiek bezig geweest met carborundum druk. Daar waar er carborundum op je plaat zit, krijg je een korrelig effect. Het is een reliëftechniek waarmee je een schilderachtig resultaat kan krijgen. Hoe werkt het het en wat kan ik / jij ermee?
Carborundum (ook wel bekend als siliciumcarbide) is een verbinding van koolstof en silicium. Het is na diamant de hardste stof en wordt dan ook veel gebruikt om andere dingen mee te slijpen en polijsten. Zo zit het bijvoorbeeld in schuurpapier (en over de hardheid van schuurpapier, schreef ik al eens eerder een blog…) en slijptollen. Je kunt het als poeder kopen in verschillende grofheden.
Als druktechniek (of meer als middel om mee te drukken) is het in de jaren zeventig voor het eerst gebruikt, door het carborundum vast te branden op een plexiplaat. Die plaat werd dan vervolgens afgedrukt. Tegenwoordig wordt lijm gebruikt. Ik zag van Armando een Fahne en een Leiter uit 2014 gemaakt met carborundum druk. Deze grote vlag en ladder – in het werk van Armando veel voorkomende motieven – zijn diep zwart en korrelig van structuur. Ik snap gelijk waarom Armando ervoor gekozen heeft: het heeft helemaal zijn soort uitstraling.

Hoe werkt het?
Eerst kies je een bepaalde ondergrond. Je kunt daarvoor verschillende materialen gebruiken. Ik heb zelf een zinkplaatje, linoleum, foamboard en een plastic plaatje uitgeprobeerd. Daar smeer, druppel, veeg of strijk je lijm waarin je vervolgens carborundum poeder strooit. Dit laat je vervolgens drogen. Dat duurt altijd langer dan je hoopt. Ik had mijn plaatjes op een warme ondergrond liggen en zelfs dat duurde ruim een uur.
Volgende stap is om zoveel mogelijk losse korreltjes weer te verwijderen. Als je dat boven een krant doet, kan je de restjes weer bewaren en later nog gebruiken. Je wilt zo min mogelijk losse korreltjes later in je inkt krijgen later, dus moet je dit best wel precies doen. Het beste is om er met een borsteltje (bijvoorbeeld een oude tandenborstel) overheen te vegen.
Het afdrukken gaat een beetje zoals bij etsen. Het is dus goed om vochtig papier te gebruiken. Niet te nat, maar ook geen droog papier. Als je het plaatje met een rollertje ininkt, dan komt er vooral inkt op de toppen van het carborundum. Als je wilt dat het intenser wordt, kun je de inkt met een tandenborstel aanbrengen (goed tussen de korreltjes poetsen). Daarna moet je met krant en een stukje katoen of kaasdoek de delen waar je minder inkt wilt hebben weer schoon (schoner) vegen.
Ik vond het lastig om de juiste hoeveelheid inkt in te schatten. Eerst had ik te veel inkt en zag je minder van het carborundum effect, toen weer te weinig en werd het resultaat een beetje flauw. Het is echt een beetje zoeken én het leren kennen van je plaat. Ik heb de zinkplaat het meeste afgedrukt. Bij de eerste druk zat er in alle hoeken een vlek. Dat vond ik niet mooi, dus heb ik er bij iedere volgende druk steeds aan gedacht om minimaal één hoek extra schoon te poetsen.



Na een aantal zwarte afdrukken ben ik ook gaan experimenteren met meerdere kleuren. Je kunt bijvoorbeeld de eerder afgedrukte plaat met een andere kleur inrollen en dan weer afdrukken. Of de plaat direct na het ininkten ook inrollen (de blauwe). En op het laatst ging ik direct meerdere kleuren op de plaat aanbrengen (zie de versie die boven dit blog te zien is). Die vind ik zelf wel erg mooi geworden. Bij de meest rechter variant heb ik een week later de plaat met wit ingerold en dat als tweede laag gedrukt.
Wat ik leuk vind aan deze techniek is dat het iets schilderachtigs heeft. Je ziet de vegen van de lijm en soms ook vegen van het poetsen. Dat vind ik wel lekker en ging ik ook extra aanzetten. Het wordt ook wel echt donker en daarmee een beetje dramatisch. Dat kun je ook goed inzetten. Dat past ook bij dat schilderachtige.
De beelden die ik heb gemaakt doen landschappelijk aan op een manier die ik wel fijn vind: sfeervol, maar niet echt herkenbaar. Toch ziet het er ook weer heel anders uit dan de grafiek die ik ‘normaal’ maak. Deze serie doet me een beetje denken aan mijn vroegere schilderijen. Hoe ik deze techniek kan inzetten binnen mijn huidige vormentaal, dat weet ik (nog) niet. We zullen wel zien.


